Waar staat het bouwjaar dat voor het attest meetelt?
De regeling voor de gemene delen geldt voor gebouwen in mede-eigendom in het Vlaams Gewest met bouwjaar 2000 of ouder. Het bouwjaar in de kadastrale legger is daarbij de referentie. Dat klinkt als een detail, maar in een dossier van een vereniging van mede-eigenaars circuleren vaak drie of vier verschillende jaartallen naast elkaar.
Het stuk dat de discussie afsluit, is een kadastraal uittreksel van het perceel waarop het gebouw staat. Daarop staat het gebouw zoals de administratie het kent. Een syndicus die dat uittreksel in het dossier legt, hoeft de vraag op de volgende vergadering niet opnieuw te openen.
Daarnaast duikt een bouwjaar op veel andere plekken op. In de woningpas van een wooneenheid, in de basisakte, in het verzekeringsdossier van het gebouw of in een oude verkoopbrochure. Die bronnen zijn nuttig om snel een richting te kiezen. Wijken ze af van de legger, dan volgt u de legger. Welke ruimtes daarna onderzocht worden, staat in het artikel over [welke delen gemene delen zijn](/kennisbank/welke-delen-zijn-gemene-delen-appartementsgebouw).
Waarom verandert een renovatie het bouwjaar niet?
Dit is de vraag die op een algemene vergadering het vaakst terugkomt. Het gebouw is in de jaren tachtig neergezet, maar de gevel is intussen geïsoleerd, het dak is vernieuwd en de inkomhal is volledig heringericht. Toch blijft het jaartal in de kadastrale legger wat het was. Een renovatie na 2000 verandert dat bouwjaar in principe niet.
De achterliggende logica is eenvoudig. Het bouwjaar zegt wanneer het gebouw is opgericht, niet hoe het er vandaag bij ligt. En het is net die bouwperiode die bepaalt welke materialen er destijds in de gemeenschappelijke ruimtes verwerkt zijn.
In de praktijk sluit dat nauw aan bij wat ik tegenkom. In residenties die er aan de buitenkant strak bijstaan, zitten de oudste toepassingen bijna altijd op de plekken waar nooit iemand komt. De stookplaats, een leidingkoker achter een luik op de overloop, de kruipruimte onder de inkom, de achterste hoek van de kelderverdieping. Een opgefriste traphal laat die hoeken gewoon onaangeroerd.
Welke gegevens heeft de deskundige van u nodig?
Om een voorstel te maken voor de gemene delen zijn er drie stukken nodig. Het adres van het gebouw, de naam en het ondernemingsnummer van de vereniging van mede-eigenaars, en de basisakte of het reglement van mede-eigendom. Het bouwjaar hoort daar als vierde gegeven bij, want het bepaalt of de verplichting überhaupt speelt.
Zet daarbij kort op papier hoe het gebouw er vandaag bij ligt. Het aantal ingangen en bouwlagen, de kelder met of zonder individuele bergingen, de technische lokalen en de bereikbaarheid van het dak. Die opsomming bepaalt de tijd ter plaatse en dus ook het voorstel.
De vereniging van mede-eigenaars is de opdrachtgever en krijgt de factuur. De syndicus tekent het opdrachtformulier digitaal met volmacht van de vereniging, en kan nadien leesrecht krijgen op het attest in de OVAM-databank. Is er geen syndicus, dan regelen de mede-eigenaars het samen.
Wat als het gebouw uit verschillende bouwfasen bestaat?
Een blok met een latere aanbouw, een extra vleugel of een bijgebouw achteraan is geen uitzondering. Staan er voor één adres meerdere percelen of meerdere constructies ingeschreven, loop die dan allemaal na in plaats van enkel het hoofdgebouw. Welk jaartal waar staat, leest u in het uittreksel zelf.
Twee randgevallen komen daarbij vaak terug. Het eerste is het gebouw waarvan enkel een gezamenlijke oprit, een buitenparking of een tuin gemeenschappelijk is, zonder toegankelijke constructie. Voor die gemene delen is er geen attest nodig. Het tweede is een gemeenschappelijke garage of parkingverdieping onder het gebouw, en die hoort er wel bij zodra de akte haar gemeenschappelijk noemt. Hoe dat loopt, staat in het artikel over [het asbestattest voor de garage in een appartementsgebouw](/kennisbank/asbestattest-garage-in-appartementsgebouw).
Twee dingen spelen geen rol. Het aantal appartementen, want de plicht hangt daar niet van af. En de grootte van de vereniging. Buiten het Vlaams Gewest geldt deze regeling trouwens niet, dus niet in Brussel en niet in Wallonië.
Wanneer moet het attest voor de gemene delen afgeleverd zijn?
Levert het uittreksel een bouwjaar van 2000 of ouder op, dan komt er een datum bij kijken. De vereniging van mede-eigenaars moet uiterlijk op 31 december 2026 over een afgeleverd asbestattest voor de gemene delen beschikken, dus de facto vanaf 2027.
Afgeleverd is daarbij het woord waar alles om draait. OVAM moet het attest op die datum echt uitgereikt hebben. Een ondertekende opdracht, een ingeplande datum of een uitgevoerd plaatsbezoek is op zich niet genoeg. Is er een vermoeden van asbest in spuitlagen, in thermische isolatie, in pleisterwerk of in crepi, dan is een staalname nodig en kan het attest zonder die analyse niet afgeleverd worden. Reken die labotijd dus mee naar achter toe.
Vanaf 1 januari 2027 komt er een tweede moment bij. Wie dan een appartement in zo'n gebouw verkoopt, moet bij het sluiten van de verkoopovereenkomst over een geldig attest voor de gemene delen beschikken. Is dat er niet, dan kan de koper de nietigheid van de verkoop vorderen.
OVAM noemt het cruciaal dat syndici het attest tijdig agenderen en waarschuwt dat de wachttijden bij asbestdeskundigen oplopen naarmate de deadline nadert. Voor gebouwen met minder dan vijftien wooneenheden kan de Vlaamse Regering tot twee jaar uitstel geven, maar op 11 september 2026 was daarover geen besluit bekend. Wilt u nagaan waar uw gebouw staat, doe dan de [woningcheck voor de gemene delen](/quiz/gemene-delen).
Hoe gaat u van een jaartal naar een dossier dat klopt?
De werkwijze die het minst tijd kost, is telkens dezelfde. Vraag eerst het uittreksel op, leg het bij de basisakte, en pas daarna bespreekt u de opdracht op de algemene vergadering. Beslist die vergadering om geen attest te laten opmaken, dan moet de syndicus dat in de notulen opnemen.
Na een aanvraag volgt het prijsvoorstel binnen één werkdag per e-mail. Na het plaatsbezoek volgt het attest in twee tot vier werkdagen. De richtprijs voor de gemene delen start vanaf € 398,41 inclusief btw per gebouw, een staalname kost € 42,35 inclusief btw. Voor meerdere gebouwen van dezelfde syndicus is een prijs op maat bespreekbaar. Wat er verder in zo'n dossier zit, staat op de pagina over [het asbestattest voor de gemene delen](/asbestattest-gemene-delen).
Ten slotte: uw eigen appartement volgt een apart spoor. Bij verkoop geldt daar de verplichting sinds 23 november 2022, en zonder verkoop uiterlijk 31 december 2031. Die twee documenten bestaan naast elkaar en vervangen elkaar niet. Hoe dat bij een overdracht loopt, leest u op de pagina over [het asbestattest bij verkoop](/asbestattest-verkoop). Ik doe de plaatsbezoeken zelf in Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant. Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen bedien ik niet.
Veelgestelde vragen
- Waar kan ik het bouwjaar van een appartementsgebouw opzoeken?
- In de kadastrale legger, op te vragen via een kadastraal uittreksel van het perceel waarop het gebouw staat. Dat bouwjaar is de referentie voor de verplichting rond de gemene delen. De woningpas, de basisakte en oude verkoopdocumenten geven een indicatie, maar wijken ze af van de legger, dan volgt u de legger. Staat er 2000 of ouder, dan valt het gebouw onder de regeling.
- Verandert een grondige renovatie het bouwjaar van het gebouw?
- In principe niet. Een renovatie na 2000 wijzigt het bouwjaar in de kadastrale legger niet, ook niet wanneer de gevel, het dak en de inkomhal vernieuwd zijn. Het bouwjaar zegt wanneer het gebouw is opgericht, niet hoe het er vandaag bij ligt. De oudste materialen zitten vaak in ruimtes die bij een opfrissing onaangeroerd blijven.
- Telt het aantal appartementen mee voor de verplichting?
- Nee. De plicht hangt niet af van het aantal appartementen. Een gebouw met vier kavels valt onder dezelfde regel als een blok met veertig wooneenheden. Voor gebouwen met minder dan vijftien wooneenheden kan de Vlaamse Regering wel tot twee jaar uitstel geven, maar op 11 september 2026 was daarover geen besluit bekend. Reken daar dus niet op.
- Wat als het bouwjaar in de legger na 2000 ligt?
- Dan valt het gebouw niet onder de regeling voor de gemene delen, die geldt voor gebouwen in mede-eigendom met bouwjaar 2000 of ouder in het Vlaams Gewest. Houd het uittreksel toch bij in het dossier van de vereniging, zodat die vraag op een volgende vergadering niet opnieuw opduikt. Uw privatieve appartement volgt daarnaast altijd een eigen spoor.

Geschreven door
Stef Peeters
Gecertificeerd asbestdeskundige, erkend door OVAM. Doet zelf de plaatsbezoeken in Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant.
Wilt u weten welke documenten u nodig hebt?
Doe de gratis woningcheck, resultaat in 1 minuut.
Start de check↗